maandag 27 maart 2017

Satire of sadisme?

DE SCHAKELAAR INTEGRAAL (Milo Manara)
Halverwege de jaren tachtig werden de stripwinkels overspoeld met seksstrips en kon je geen stripblad voor volwassenen meer openslaan zonder te stuiten op een blote borst of een geslachtsdeel. En dat was allemaal de schuld van Manara!
De Italiaan Milo Manara begon zijn carrière met het tekenen van fumetti, enigszins of heel erg ranzige verhalen op pocketformaat met veel seks en geweld. Later werd hij een van de boegbeelden van de literaire strip of de auteursstrip die vooral in het tijdschrift (A suivre) / Wordt vervolgd tot ontwikkeling kwam. Zijn avonturen van Giuseppe Bergman werden hoog gewaardeerd. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Puur voor zijn plezier maakte Manara voor een seksblad De schakelaar.
De schakelaar is het verhaal van Claudia,een zeer preutse vrouw, waarbij de remmen seksueel volledig los gaan nadat een verdorven type een ontvangertje in haar hersenen laat implanteren dat als hij een zendertje  aanzet met een schakelaar, de vrouw verandert van een frigide wezen in een nymfomane slet, waarvoor geen perversie te ver gaat. Achteraf vind Manara dat hij eigenlijk iets te ver ging met het verhaal want in herdrukken van De schakelaar ontbreken tegenwoordig drie pagina's die wel voorkomen in de eerste versie. Zelfcensuur van Manara. Ook in deze integrale ontbreken ze. Niet echt integraal dus, maar Manara legt in zijn voorwoord bij deze uitgave uit waarom. Een uitleg die niet helemaal overtuigd.
Was De schakelaar een satire? Een luchtig verhaal dat spotte met onze dubieuze houding ten aanzien van seks? Als het bij dat ene verhaal was gebleven, oké, maar De schakelaar was een succes en ook bij heel veel mensen die de satire er niet in herkenden. En dus kwamen er vervolgen. Want wat Manara niet deed met zijn stripromans, deed hij wel met zijn seksstrips: geld verdienen. De schakelaar 2, 3 en 4 verschenen in respectievelijk 1991, 1994 en 2001 en voegen weinig toe aan het eerste deel.
In De schakelaar integraal 1 zijn de eerste twee verhalen gebundeld. Later dit jaar komt nog een tweede boek uit met de overige verhalen. Het tweede verhaal is vooral sadistisch, een man die lijkt op James Dean heeft de schakelaar in handen gekregen en dwingt Claudia vooral om zijn bevelen uit te voeren, waarbij hij handig gebruik maakt van het apparaatje. Satirisch? Manara lift vooral mee met het succes van de pornostrip, dat inmiddels een goed verkopend genre is geworden. Dankzij hem, dus waarom zou hij er niet van meeprofiteren? Zoiets moet hij gedacht hebben toen hij aan deel 2 begon. De schakelaar 2 is mooi getekend en (in deze versie) ingekleurd, er zitten leuke vondsten in, en daarmee stijgt het niveau uit boven dat van de gemiddelde seksstrip, maar het is ook niet meer dan dat en niet het stripicoon dat het eerste verhaal in de loop der jaren is geworden.
Glénat 2017; 112 pagina's; hardcover, kleur; € 22,50
☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 22 maart 2017

Een prijswinnaar verrast

DUKE 1: Modder en bloed (Hermann  & Yves H.)
 Hij kan het nog! Op zijn oude dag start Hermann met een nieuwe reeks en het verhaal is beter dan we al jaren van hem gewend zijn. Afgezien van een enkel Jeremiah-album maakte Herman de laatste tijd vooral one-shots, altijd geschreven door zijn zoon Yves.
Van zoon Yves als scenarist ben ik nooit erg overtuigd geweest, maar wat vader en zoon de afgelopen jaren maakten was op zijn vriendelijkst gezegd wisselvallig van kwaliteit. Over Hermanns tekenwerk hadden we niet te klagen, maar de eindeloze wraakoefeningen begonnen te vervelen. Het werd weer eens tijd voor een stevig verhaal. Een western? Waarom niet, dat is immers het genre dat Hermann samen met Greg, Chalier en Giraud in de jaren zeventig wist te vernieuwen.
Vernieuwend is het allang niet meer, maar dit eerste album van Duke heeft een stevig scenario met alle bekende westernclichés, helemaal niet erg, want met zo'n mix kan je nog prima resultaten bereiken. En dat is gelukt.
Het verhaal is snel verteld. Een afgebeulde mijnwerker, Cummings, wenst zichzelf, zijn vrouw en dochter een betere toekomst en steelt een klompje goud. Zijn diefstal komt aan het licht en McCaulky,  een van de handlangers van de machtige goudmijneigenaar schiet Cummings vrouw en dochter in koelen bloedde dood. Daarmee is de maat voor de mijnwerkers vol en ze besluiten dat Cummings McCaulky dood moet schieten. Cummings trekt naar het dorpsbordeel om zijn wraak uit te voeren, maar het loopt mis. Hulpsherrif Duke Finch, die op dat moment ook het bordeel bezoekt vindt dat het genoeg is geweest en het dorp maar eens gezuiverd moet worden van misdadig tuig. Die taak blijkt moeilijker dan verwacht.
Dit eerste deel van Duke heeft een prima verteld verhaal met goed tekenwerk, waarin Hermann zelfs wat nieuwe technieken uitprobeert in de decors. Duke is een aangename verassing. De winnaar van de grote prijs van Angoulême is het nog niet verleerd en levert puik werk af.
Lombard 2017; 56 pagina's; softcover/hardcover; € 7,95/13,95
☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 19 maart 2017

Maar gymschoenen?

DE KRAAI OP GYMSCHOENEN (Fred)
Behalve de serie Philémon maakte Fred door de jaren heen ook een aantal op zichzelf staande boeken. Bij uitgeverij Hum kwamen ze op het heel goede idee om die verhalen ook te vertalen. Vorig jaar verscheen Het kleine circus, waarin Fred zich vooral van zijn poëtische kant liet zien. In De kraai op gymschoenen is de satiricus Fred aan het werk.
Hij maakt het verhaal aan het begin van de jaren negentig na een periode waarin hij volledig uitgeblust was en zich laat opnemen in psychiatrische inrichting. Na vijftien dagen niet te hebben getekend voelt hij weer de behoefte om iets te maken en laat zich genezen verklaren. Dan begint hij aan De kraai op gymschoenen, een verhaal over een man die van de ene op de andere dag in een kraai is veranderd… met gymschoenen!
Nu heet deze man weliswaar Herman Kraai-op-gymschoenen, maar tot aan die dag was hij een 'gewoon' mens zoals alle anderen. En juist die gewone mensen keren zich van hem af nu Herman Kraai niet meer is zoals zij. Kraai begrijpt niet wat er gebeurd is en wendt zich tot een psychiater aan wie hij zijn verhaal vertelt. Wat volgt is een aaneenschakeling van absurde gebeurtenissen die zullen leiden naar een dramatische slotscène.
Natuurlijk is De kraai op gymschoenen veel meer dan een absurd verhaal. De net herstelde striprekenaar heeft de moed en de energie gevonden om op zijn eigen onnavolgbare manier een aantal pittige thema's aan te snijden. Het is een verhaal over het niet beantwoorden aan de algemene verwachtingen, het anders zijn, al is het maar tijdelijk en het ervaren hoe de maatschappij hier op reageert. Een thematiek die twintig jaar nadat het verhaal werd gemaakt nog altijd actueel is. Het is heel fijn dat dit verhaal niet in de vergetelheid is geraakt en dat ook Nederlandse en Vlaamse lezers er nu van kunnen genieten. De kraai met gymschoenen amuseert, ontroert en zet aan het denken.
Uitgeverij Hum 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 19,90
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 15 maart 2017

Eenzame pubers en een vervallen pretpark

WOLVEN (Ward Zwart & Enzo Smits)
Aan de kust bij het stadje Hazenberg ligt een ruïne. De vervallen constructies getuigen ervan dat hier ooit een groots pretpark was met een achtbaan en het schitterende Aquadome. Wonderworld, zo heette het, is nooit gesloopt. Nu hangen er bij de resten van het pretpark jonge skaters rond die er een vuurtje stoken, bier drinken en sigaretten roken. Jongens zoals Kip. Kip is een puber die alleen woont met zijn moeder, een lusteloze vrouw die alleen van de bank afkomt om naar het bed te gaan en nauwelijks aandacht aan haar  zoon besteed. Het gaat niet goed met Kip, die na een val bij het skaten waanbeelden krijgt.
Wonderworld is een van de drie verhalen in Wolven van de Brusselse cineast Enzo Smits en de Antwerpse illustrator  Ward Zwart. Hun samenwerking leverde een opmerkelijke uitgave op die niet alleen opvalt door de inhoud, maar ook door de vorm. De pagina's zijn gedrukt op dun papier en de tekeningen hebben door het drukproces "in één pantone kleur" een bijzondere diepte gekregen, ieder detail is even helder. Het boek heeft bovendien een paar opvallende extra's, zoals een ingeplakt krantenbericht, een ansichtkaart van Wonderworld in haar glorietijd en een geniet boekje met nog een vierde verhaal: Gijsbrecht.
Maar terug naar de inhoud. Chip is,  in het eerste verhaal, een eenzame jongen, een loner, die zijn huis niet verlaat. Toch laat hij zich door Lilly, een vriendin, overhalen om mee te gaan naar een huisfeest. Het wordt geen succes, na een pijnlijke confrontatie met gebeurtenissen uit het verleden gaat hij door het lint. In Fokkin warm, het tweede verhaal, trekken drie vrienden het bos in. Het is de zomer van 1995 en nooit eerder is het zo warm geweest in Hazenberg. In het bos schijnt een grote katachtige rond te zwerven en de jongens trekken het bos in in de hoopvolle angst een glimp of meer van het beest op te vangen.
De drie verhalen in Wolven zijn onderling met elkaar verbonden door het decor waartegen ze zich afspelen, dat van de kustplaats Hazenberg, maar ook thematisch zijn ze  met elkaar verbonden. Het zijn verhalen over jongens in hun puberteit, eenzame zielen die hun weg proberen te vinden. Worden ze zoals hun ouders of worden ze zoals Gijsbrecht, de zonderling die in vliegende schotels gelooft en die ze op hun zwerftochten tegenkomen?
Smits en Zwart hebben weinig ervaring met het maken van stripverhalen, dat is aan Wolven wel te merken. Een enkele keer gebruiken ze wat te veel tekst bij een verhaal dat het vooral van sfeer moet hebben,  in een strip of een film beschrijf je geen gevoelens, je laat ze zien en uit de tekeningen blijkt dat Ward Zwart dat heel goed kan. De tekstloze, inleidende pagina's zijn dar een mooi voorbeeld van. Die onervarenheid is eigenlijk ook de kracht van Wolven, de auteurs durven te spelen met het medium en grenzen te verleggen. De keuze voor een klein, bijna vierkant formaat en een beperkt aantal tekeningen per plaat werkt goed en geeft het boek een filmisch karakter. Dat is gezien de achtergrond van Enzo Smits niet zo vreemd. Er zijn in Wolven heel wat verwijzingen naar films verwerkt. Sommige zijn overduidelijk, zoals in de scène in Wonderworld met James Dean maar er zijn ook invloeden uit andere films te ontdekken. De sfeer van het tweede verhaal heeft wel iets van een David Lynch-film en de verveelde pubers in Wonderworld doen denken aan de skatende pubers in de films van Larry Clark (Kids). Als Wolven een film was geweest zou hij vallen in de categorie arthouse. Smits en Zwart leggen niets uit, maar registreren en creëren een sfeer die je als lezer (die ook van trage arthousefilms houdt) niet loslaat en onder de huid kruipt. Vooral het laatste verhaal is indrukwekkend.

Bries 2016; 204 pagina's; hardcover met extra's;  € 26,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

maandag 13 maart 2017

Een geschenk aan het volk

DE HEMEL BOVEN HET LOUVRE (Bernar Yslaire & Jean-Claude Carrière)
Sinds een aantal jaren werkt het Louvre samen met striptekenaars aan een reeks boeken waarin de collectie van dit Parijse museum een rol speelt. Eigenlijk is dat de enge eis die aan de stripmakers gesteld wordt. Verder zijn ze helemaal vrij en dat leverde een reeks heel uiteenlopende boeken op. Nadat Stichting Zet.El eerder al IJstijd van de Crécy uitbracht, verschijnt nu ook de bijdrage van Bernard Hislaire in vertaling.
Hislaire (zijn naam wordt nu geschreven als Bernar Yslaire) werkte voor De hemel boven het Louvre samen met de gerenommeerde filmscenarist Jean-Claude Carrière (Danton, The unbearable lightness of being). Ze gingen helemaal terug naar het ontstaan van het Louvre ten tijde van de Franse Revolutie, een tijdperk waarin Hislaire, zoals we weten, graag zijn verhalen situeert.
Centraal staat de schilder Jacques-Louis David. Hij richtte destijds het Louvre opnieuw in om het volk in aanraking te brengen met kunst, maar dan wel het soort kunst dat paste bij de idealen van de Revolutie. Deze nieuwe kunst werd geschonken aan het volk. En uiteraard leverde David, die bevriend was met de eerste man Maximilien Robespierre en zijn regime, daar zelf ook een bijdrage aan. Hij kreeg als opdracht om voor het Louvre een schilderij te maken van het Opperwezen, geen god, geen heer, geen geloof, maar een symbool.
De hemel boven het Louvre beschrijft Davids worsteling met deze opdracht. Het lukt hem maar niet om het juiste model en de juiste beelden te  vinden om zijn opdracht tot een goed einde te brengen.
De hemel boven het Louvre is een schitterend boek. Carrière schreef een krachtig verhaal in 20 hoofdstukken over de essentie van beeldende kunst. In de meeste hoofdstukken is een schilderij of een schets hiervoor van David verwerkt. Hislaire maakte er de tekeningen bij en dat deed hij fantastisch. De laatste afleveringen van Samber komen wat minder geïinspireerd over, maar hier is Hislaire helemaal op dreef. Met een beperkt aantal kleuren en verschillende technieken, ondersteund door het gebruik van de computer maakte hij indrukwekkende platen.
Vreemd eigenlijk dat dit boek niet eerder vertaald is, maar gelukkig is dat nu toch gebeurd. De hemel boven het Louvre is een aanwinst voor iedereen die van kunst en van het werk van Hislaire houdt.
Stichting Zet El; 72 pagina's; hardcover, kleur; € 21,95
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 19 februari 2017

White trash op het Zweedse platteland

MOTORCITY (Philippe Berthet & Sylvain Runberg)
Wie het werk van Philippe Berthet een beetje kent, denkt meteen aan thrillers, detectives en americana. Berthet is dol op Amerikaanse auto's van de jaren 1950 en hij tekent graag mooie vrouwen. Typisch Berthet is de eerste gedachte als je Motorcity openslaat, maar er zit een addertje onder het gras.
Voor het vierde boek in de voor Berthet gecreëerde collectie Zwartlijn werkte hij samen met Sylvain Runberg, en die ontdekte dat er in Zweden een subcultuur bestaat van jongeren die dwepen met de naoorlogse Amerikaanse cultuur met zijn rock 'n roll en snelle auto's: de raggare-beweging. In deze wereld situeerde Runberg een thriller met tal van elementen die Berthet na aan het hart liggen.
De raggare worden door veel Zweden beschouwd als white trash en in verband gebracht met misdaad en geweld. De hoofdpersoon in Motorcity is Lisa Forsberg, een jonge vrouw die zelf ooit deel uitmaakte van de raggare. Ze komt te werken in Linköping, de stad waarin ze werd geboren en opgroeide. Aan de vooravond van Motorcity, een soort festival met Amerikaanse oldtimers krijgt ze de opdracht om de verdwijning uit te zoeken van Anton Wiger, een 31-jariige man met banden met de raggare. Samen met de knappe, jonge rechercheur Erik Linder gaat Lisa op onderzoek. Ze komt terecht in een schimmige gemeenschap waar iedereen geheimen lijkt te hebben.
Runberg heeft voor Motorcity een knap scenario geschreven. Verschillende plotlijnen lopen in deze detective naast elkaar en je wordt regelmatig op het verkeerde been gezet tot aan het verrassende einde dat je zelfs als doorgewinterde detectivelezer niet echt aan ziet komen. Dat levert in combinatie met het strakke tekenwerk van Berthet een van de betere verhalen in het genre op en het beste deel in de toch al erg goede serie Zwartlijn.
Dargaud 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 16,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 12 februari 2017

'Ze is te zwart, veel te zwart'

DE SOLDAAT EN DE NEGERIN (Sébastien Morice & Didier Quellla-Guyot)
Guy de Maupassant was in zijn tijd een veelgelezen schrijver. In zijn korte bestaan - hij werd drieënveertig jaar - schreef hij talloze korte verhalen die meer dan een eeuw later nog altijd geliefd zijn. Ze verschijnen in boekvorm, worden verfilmd voor bioscoop of televisie en er verschijnen nu ook stripversies van. Nadat Maarten Vanderwiele in 2014 al een aantal korte verhalen bewerkte tot strip (Meneer Bermutier) verschenen kort na elkaar twee uitgaven met  een verhaal van de Maupassant in stripvorm. Vandaag de tweede.
Voor De soldaat en de negerin baseerden Sébastien Morice en Didier Quella-Guyot zich op Boitelle een novelle uit 1889. De tekeningen in deze uitgave zijn heel sfeervol en mooi ingekleurd. Het is het verhaal van de liefde van de soldaat Antoine Boitelle voor de jonge serveerster Norène. Antoine ziet haar werken in het Café des Colonies. Eerst wisselen ze steelse blikken uit, maar dan raapt hij zijn moed bij elkaar en stapt Antoine op haar af. Hij wordt smoorverliefd en wil niets liever dan met haar trouwen. Daarvoor heeft hij echter wel de goedkeuring nodig van zijn ouders en hij neemt haar mee naar het dorpje op het platteland waar hij vandaan komt.
Tot zover lijkt er niets aan de hand te zijn, maar deze vrouw is niet alleen beeldschoon, ze is ook zwart. En dat is een probleem. Hoezeer Norène ook haar best doet en Antoine blijft geloven in verandering, zijn ouders vinden de vrouw van zijn leven te zwart. Hun liefde is onmogelijk.
De soldaat en de negerin is een aanklacht tegen racisme. Zo heel veel is er in een eeuw tijd niet veranderd en de Maupassants naturalistische visie op de mens is nog altijd toepasbaar, ook al spreken we niet meer over negers. Het is daarom vreemd dat de uitgever voor deze titel koos in plaats van de veel neutralere Franse titel Boitelle et le café des colonies  te vertalen. En er rammelt wel meer aan deze uitgave, zoals de vertaling, die hier en daar echt te Vlaams is, wat in de dialogen nog wel te rechtvaardigen valt, maar niet in de beschrijvende teksten.
In de bewerking van Morice en Quella-Guyot is er voor gekozen om het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van een oud geworden Antoine, zodat we weten hoe het met hem afloopt. Hoe het Norène vergaat lezen we in een tekstverhaal dat aan de strip is toegevoegd. Een merkwaardige keuze, want hierdoor mist het stripverhaal een hoopvol einde.
Saga 2017; 64 pagina's; harrdcover, kleur; € 19,99
☺☺☺
Deze recensie verscheen in druk (met een iets andere tekst) in de Boekenkrant van februari 2017. En daar staan nog veel meer interessante stukken in. Verkrijgbaar in de boekwinkel.