donderdag 7 december 2017

Idiote eenden met smurfenhoedjes

HET 9E EILAND (Marcel Ruijters)
Marcel Ruijters maakte jarenlang strips die het grote publiek links liet liggen. Daar kwam verandering in met Jheronimus, zijn stripverhaal over de schilder Jeroen Bosch. Ruijters werd door Jheronimus ineens wel opgemerkt en het leverde hem zelfs publieke erkenning op in de vorm van een Stripschapprijs.
Jheronimus kostte Marcel Ruijters een aantal jaren van zijn leven en liever dan weer veel tijd te steken in onderzoek en voorbereiding greep hij terug op een van de grootste cliché's van de populaire (strip)literatuur en liet zijn nieuwe boek op een spontane manier ontstaan. Zo groeide wat eerst bedoeld was als een kort verhaal uit tot een paperback van ruim 200 pagina's.
Ruijters heeft met zichtbaar plezier gewerkt aan dit absurde verhaal over een schipbreuk, eilandjes en kannibalen. De hoofdpersoon Scott leidt schipbreuk en belandt op een eiland waar alleen een vrouwelijke kannibaal leeft. Ongetwijfeld waren er ooit meer eilandbewoners, maar er spoelt nu eenmaal niet dagelijks een schipbreukeling aan.
Scott wordt haar minnaar en nadat de vrouw zich tegoed heeft gedaan aan een van de andere schipbreukelingen die minder geluk heeft gehad begint een reis langs 9 eilandjes. Het idiote verhaal zit vol met originele vondsten en  ieder eiland heeft  weer andere rare bewoners zoals een soort eenden met smurfenhoedjes, mensen die niet praten maar mime spelen en een medeschipbreukeling die op een onbewoond eiland een stripwinkel heeft geopend. Dat komt goed uit want Scott is een stripliefhebber die het niet kan laten om regelmatig de vaart uit het verhaal te halen en aan theoretische verhandelingen over het stripverhaal te beginnen. En zo heeft dit absurde verhaal in vier hoofdstukken toch een serieus kantje.
Met Het 9e eiland grijpt Marcel weer terug op de undergroundstrips die hij maakte ten tijde van Dr. Molotov. Het lijkt erop dat Jheronimus een eenmalig uitstapje was en Marcel Ruijters na alle aandacht van een paar jaar terug weer is wat hij daarvoor ook was: een interessante en eigenzinnige kunstenaar die strips tekent voor een kleine groep liefhebbers.
Sherpa 2017; 208 pagina's; paperback, zwart-wit; € 19,95

☺☺☺☺

woensdag 29 november 2017

Homoseksuele ridders met een kinderwens

PAPA ZOGLU (Simon Spruyt) 
Met Simon Spruyt weet je het nooit. Met ieder nieuw boek weet hij weer te verrassen, maar dit keer overtreft hij zichzelf. Hij oogstte veel lof voor de geslaagde graphic novel Junker maar hij bouwde niet voort op het succes, en sloeg weer een nieuwe weg in met als resultaat Papa Zoglu. een kleurrijk album (in veel opzichten) met een aantal verhalen die een samenhangend geheel vormen. Je zou het kunnen omschrijven als een bizarre combinatie van scheppingsverhaal, middeleeuwse heiligenlegende en sprookje.
Papa Zoglu, de hoofdpersoon in de verhalen wordt gebaard door een koe en opgevoed door een oude heks die woont in een huisje op poten. Een verwijzing naar de Russische sprookjesfiguur Baba Yaga? Als hij zeven jaar oud is trekt Papa Zoglu er op uit en hij heeft een aantal ontmoetingen met een homoseksueel ridderkoppel met een kinderwens, een jonkvrouw met een kuisheidsgordel zonder sleutel en een schoorsteenveger. Hij verliest ze alle drie uit het oog, maar zal ze aan het slot van dit boek weerzien en er achter komen dat hij grote invloed heeft gehad op hun leven en dat van hun nakomelingen.
Een vreemd verhaal? Dat wel, maar schitterend in beeld gebracht in een stijl die wat middeleeuws aandoet, maar het geheel geeft ook iets van een prentenboek. Die indruk wordt versterkt door de tekeningen van een of twee volledige pagina's tussen de strippagina's door. Opvallend is ook het ontbreken van zwarte lijnen om de platen en plaatjes heen.
Het plezier waarmee dit boek duidelijk gemaakt is aanstekelijk. Het boek staat vol met knipoogjes naar ons cultureel erfgoed en een soort humor die je als je er gevoelig voor bent, regelmatig luid lachend het boek even opzij laat leggen.,
Papa Zoglu is een van de origineelste en mooist gemaakte stripverhalen die dit jaar verscheen.
Uitgeverij Bries 2017; 96 pagina's; gebonden, kleur; € 22,00
☺☺☺☺☺


zaterdag 25 november 2017

... Was hij maar als paard geboren...

FAMILIEZIEK (Peter van Dingen & Adriaan van Dis)
De makers van Familieziek hoeven eigenlijk niet geïntroduceerd te worden. Peter van Dongen debuteerde in 1990 met de striproman Muizentheater  en maakte daarna het tweedelige Rampokan (1998, 2004), waarvan in de afgelopen jaren ook een Duitse, Franse, Engelse en Indonesische vertaling verschenen. In 2008 begon hij aan deze stripbewerking van Familieziek.
Adriaan van Dis (1946) is een van de belangrijkste schrijvers van Nederland. Hij debuteerde in 1983 met de ontroerende novelle Nathan Sid en brak door bij het grote publiek met de roman Indische Duinen (1993). Adriaan van Dis en Peter van Dongen schelen 20 jaar in leeftijd met elkaar, maar hebben hun 'wortels' met elkaar gemeen. Zijn Indonesische afkomst is een belangrijk thema in het werk van van Dis. We zien het onder andere terug in Nathan Sid, Indische duinen en Familieziek.
In Familieziek portretteert van Dis een gezin dat afkomstig is uit een door oorlog verwoeste Nederlandse kolonie en probeert een nieuw leven op te bouwen in het Nederland van de jaren vijftig. Ze wonen met andere gezinnen uit Indonesië in een voormalig koloniehuis voor bleekneusjes in de duinen bij Bergen aan Zee.
Er zijn een moeder en drie dochters, maar het verhaal gaat vooral over een vader en een zoon. De vader is een man die moeilijk kan omgaan met de nieuwe situatie waarin hij terecht is gekomen. Medicijnen moeten hem op de been houden, maar kunnen zijn driftbuien niet voorkomen, waar vooral de jongen de dupe van is. Aan zijn zussen heeft hij weinig, die fluisteren tussen de gordijnen over geheimen uit het verleden, waar de jongen niets van mag weten. Alleen zijn levendige fantasie waarin hij avonturen beleeft met Schaduwbroer houdt de jongen overeind.
Het verhaal is prachtig in beeld gebracht door Peter van Dongen. In het in vier hoofdstukken verdeelde verhaal beschrijftt hij het leven van het gezin, waarbij hij de essentie van het verhaal raak weergeeft in scènes met net iets meer tekst of juist geen tekst zodat je er wat langer bij stilstaat. De spanning tussen de man en de jongen wordt steeds verder opgebouwd en komt tot een kookpunt in het hoofdstuk Pindaman als de jongen met zijn vader in de duinen is en merkt dat zijn vader meer lijkt te geven om de paarden die hij verzorgt dan om zijn zoon.
Peter van Dongen en Adriaan van Dis hebben lang aan dit boek gewerkt en ik keek er al lange tijd naar uit. Het was het wachten waard.
Scratch 2017; 128 pagina's; hardcover, kleur; € 29,90

☺☺☺☺☺

donderdag 9 november 2017

Een beer van een man in huis

MY BROTHER'S HUSBAND (Gengoroh Tagame)
De meeste mangalezers hadden nog nooit gehoord van Gengoroh Tagame toen in 2014 de eerste pagina's van het vertederende verhaal My brother's husband verschenen in het tijdschrift Monthly Action. Tagame was vooral bekend bij de liefhebbers van bara manga (menzu rabu), een genre erotische gay manga dat zich in tegenstelling tot de softere yaoi richt op homoseksuele mannen. Tagame is een van de meest prominente makers van dit soort strips, waarvan onlangs een uitstekend gedocumenteerde bloemlezing verscheen bij Fantagraphic books met de titel Massive. Tagames mannen zijn doorgaans zeer stevig, flink behaard en bebaard, hebben een stoer uiterlijk en bedrijven harde seks met elkaar.
My brother's husband is Tagames eerste strip voor een algemeen publiek. Er zit geen seks in, maar niettemin leidde het verhaal tot stevige discussies in Japan, want al zou je het niet denken als je de Japanse cultuur alleen kent uit manga, homoseksualiteit is er nog behoorlijk taboe. My brother's husband verscheen na de voorpublicatie als vierdelige serie boeken, waarvan de eerste twee inmiddels werden vertaald en gebundeld door Pantheon Books.
Yaichi is een gescheiden vader die in zijn eentje zorgt voor zijn dochtertje Kana. Zijn ouders leven niet meer en zijn homoseksuele broer Ryoji verloor hij negen jaar eerder uit het oog toen die emigreerde naar Canada. Op een dag staat er een beer van een man voor zijn deur; Mike Flanagan blijkt de echtgenoot te zijn van zijn  broer, die een maand eerder is overleden. Mike is naar Japan gegaan omdat hij het geboorteland van zijn man altijd al heeft willen zien en om met Yaichi, die uiterlijk veel op Ryoji lijkt, over hem te praten.
Er ontstaat een onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee, die vooral door Kana wordt gestimuleerd. Het meisje is vanaf de eerste dag weg van Mike, heeft er geen enkel probleem mee dat hij gay is, en wil het liefst dat hij altijd bij haar blijft.
Het verhaal is een tikkeltje voorspelbaar en dreigt hier en daar wat sentimenteel te worden, maar daar staan heel mooie scènes tegenover. Een van de meest ontroerende momenten vond ik zelf dat waarop een jongen uit de buurt war Yaichi woont zijn coming out heeft bij Mike. Dan moet je toch even slikken. My brother's husband is een hartverwarmend en soms hartbrekend verhaal over gescheiden ouders, homo-ouderschap, coming out en (volgens Tagame zelf) vooral over familie. Ik heb het in één keer uitgelezen en kijk uit naar het vervolg.
Pantheon 2017; 350 pagina's; gebonden, zwart-wit; $ 24,95

☺☺☺☺

maandag 6 november 2017

Observaties van een parkbankje

I. THE PARK BENCH (Christophe Chabouté)
II. ALONE (Christophe Chabouté)

Christophe Chabouté is een man van weinig woorden. Dat is in ieder geval de indruk die je krijgt na het lezen van twee recente uitgaven van zijn werk door een Engelse en een Amerikaanse uitgever. Voor het Nederlandse taalgebied is Chabouté nog een onbekende, er is nog niets van hem vertaald, maar in Frankrijk wordt hij beschouwd als een  belangrijke stripmaker. . Bij het grote (Franse) publiek is hij vooral bekend van zijn stripbewerking in twee delen van Herman Melvilles roman Moby Dick.  
Hij won diverse prijzen en werd in 2008 in Angoulême genomineerd voor Tout seul, waarvan Alone de vertaling is.

Alone gaat over een verlegen, misvormde man, die helemaal alleen woont in een vuurtoren op een eilandje voor de Bretonse kust. Hij is nooit van dit eiland af geweest en kent de wereld erbuiten niet. Een van zijn schaarse bezittingen is een woordenboek. Om zichzelf te amuseren zoekt hij hier een woord in op en probeert zich aan de hand van de omschrijving voor te stellen hoe het voorwerp dat hij heeft gekozen er uit ziet.
Af en toe wordt de eenzame man voorzien van voedsel en wat hij verder nodig geeft door vissers. Onderweg speculeren ze over de man die ze nooit gezien hebben en zijn leven. Een jonge visser wordt nieuwsgierig en stuurt de kluizenaar een briefje. Dan begint zijn leven te veranderen.
Het verhaal van Alone is klein en simpel, maar wordt meesterlijk verteld. Chabouté brengt de man tot leven in gedetailleerde zwart-wittekeningen die zijn dagelijkse routine weergeven. De hoofdstukken die steeds op elkaar lijken, net als de dagen van de kluizenaar, veranderen steeds op een subtiele manier als de dagelijkse sleur plaatsmaakt voor zijn innerlijke leven. Meesterlijk!

The park bench is recenter werk van Chabouté. Het boek met de fraaie titel Un peu de bois et d'acier verscheen oorspronkelijk in 2012. Het volledig tekstloze boek laat een parkbank zien waarop en waaromheen zich een jaar lang van alles afspeelt. In de loop van dat jaar keert een aantal personages steeds terug op de bank en het is alsof de bank zelf meekijkt naar de kleine veranderingen in hun levens. En de lezer met hem. Je leert ze kennen en gaat met ze meeleven.
Een origineel gegeven dat door Chabouté knap wordt uitgewerkt.
I. Faber and Faber 2017; 328 pagina's; paperback, zwart-wit; Prijs £ 14,99
II.Simon and Shuster 2017; 368 pagina's; paperback, zwart-wit; $ 25,00

I.☺☺☺☺ II. ☺☺☺☺☺

maandag 9 oktober 2017

Leven in een niemandsland tussen kindertijd en volwassen zijn

EEN ZUS (Bastien Vivès)
Zo'n acht jaar geleden verscheen De smaak van chloor van de toen nog piepjonge Bastien Vivès, een mooi verhaal dat zich bijna volledig afspeelt in een zwembad. In die periode maakte Vivès in rap tempo het ene na het andere prachtige boek, steeds wisselend van stijl en experimenterend met kleur en vorm. Wat niet veranderde was zijn thematiek. Al de verhalen gaan over jonge mensen die de uitdagingen van het leven aan moeten gaan. Na jarenlang andere dingen te hebben gemaakt pakt hij in Een zus dat thema weer op.
De hoofdpersoon in Een zus is Anthony, een jongen van dertien die jaarlijks met zijn ouders en jongere broer Tim in de zomervakantie twee maanden aan de kust van Bretagne op vakantie gaat. Hij brengt zijn tijd door met tekenen en rondzwerven aan het strand met Tim, op zoek naar schelpen en krabben. Tim is nog echt een kind, maar Anthony begint te veranderen en gaat die zomer een nieuwe levensfase in wanneer Hélène verschijnt. Zij is de dochter van een vriendin van zijn ouders. Hélènes moeder heeft net een miskraam gehad en Anthony's ouders nodigen moeder en dochter uit om bij hun tot rust te komen.
Een zus is een knap geconstrueerd verhaal over de stappen die een jongen zet op weg naar volwassenheid. Zijn jongere broer staat symbool voor de kindertijd die hij bezig is achter zich te laten en van wat de volwassenen doen krijg je nauwelijks iets te zien, waarmee duidelijk gemaakt wordt dat Anthony daar ook nog niet bij hoort. Anthony en Hélène  leven in een soort niemandsland tussen kind zijn en volwassenheid, waarin ze alleen elkaar hebben.
Hélène is een paar jaar ouder dan Anthony en ze is eerst als een soort beschermende oudere zus voor hem, maar die rol verandert. Hélène daagt hem die zomer op allerlei manieren uit. Ze krijgt de verlegen jongen zover dat hij voor het eerst rookt, flessen wijn steelt, meedrinkt met haar en andere tieners en ze kleedt zich zonder schaamte uit waar hij bij is. En Anthony laat zich verleiden. Die zomer heeft Anthony met Hélène zijn eerste seksuele ervaringen. Het is knap van Vivès dat hij bij het vertellen van dit verhaal ook de lichamelijke details niet uit de weg gaat.
Een zus was bij verschijnen in Frankrijk niet onomstreden. In het verhaal is er geen sprake van verliefdheid en heftige emoties, maar van twee jonge mensen die op elkaar zijn aangewezen en samen de seksualiteit ontdekken. Maar Een zus is niet ranzig of pornografisch. Integendeel, het is een gevoelig, integer en menselijk verhaal.
Casterman 2017; 212 pagina's; harde kaft, zwart-wit; € 24,95

☺☺☺☺☺

woensdag 20 september 2017

Op reis met een pratende geit

WAAR DE MIEREN HEEN GAAN (Michel Plessix & Frank Le Gall)
Kort voor zijn dood verscheen er na jaren weer nieuw werk van Michel Plessix in een Nederlandse vertaling: Waar de mieren heen gaan. Michel Plessix werd bekend met zijn bewerking in stripvorm van Kenneth Grahames boek De wind in de wilgen en zijn vervolg hierop: De wind in de woestijn.
Waar de mieren heen gaan borduurt hier in zekere zin op voort. Het is getekend in de zelfde stijl met tot in de kleinste grappige details uitgewerkte tekeningen, Voor het verhaal deed hij dit keer een beroep op Frank Le Gall, die de nostalgisch ingestelde stripliefhebbers nog kennen van de zeevaartreeks Theodoor Cleysters. Hun samenwerking leverde een prachtig boek op.
Waar de mieren heen gaan is een soort oosters sprookje met een wat mystieke inslag. Net als het tekenwerk is ook het verhaal rijk aan details en verwijzingen naar bijvoorbeeld andere sprookjes.
Het is, zoals dat bij sprookjes hoort, op het eerste gezicht een eenvoudig verhaal. De Marokkaanse Saïd is een wat dromerige jongen die graag filosofeert. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waar de mieren die hij in colonne achter elkaar aan voort ziet kruipen heen gaan. Hij is er namelijk van overtuigd dat ze een doel hebben. Op een dag krijgt de jongen bezoek van zijn opa, die hem mee neemt naar het platteland. De oude man vindt dat hij lang genoeg geiten heeft gehoed, gaat op pelgrimstocht en laat Saïd achter bij de kudde. Onder de geiten bevindt zich er een die kan praten waarmee hij grappige gesprekken heeft. Het hoeden van de geiten boeit de jongen niet erg, veel liever gaat hij de mieren achterna om te zien waar ze heen gaan. Samen met de pratende geit begint hij aan zijn eigen bedevaart, een reis die een verrassende ontknoping heeft,
Waar de mieren heen gaan is een verhaal waarin terloops allerlei levenswijsheid en grote thema's zoals liefde, hebzucht, het doel van je leven voorbijkomen. Het doet met zijn pratende geit en oosterse setting wel wat denken aan De kat van de rabbijn van Sfarr, maar heeft zijn heel eigen sfeer. Een sprookje voor jong en oud dat een groot publiek verdient.
Casterman 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺☺